Inflation, of in het Nederlands: inflatie, is iets wat iedereen vroeg of laat merkt. Je betaalt meer voor je boodschappen, je energierekening stijgt en een kopje koffie kost opeens een stuk meer dan een paar jaar geleden. Toch weten veel mensen niet precies wat er achter deze stijgende prijzen zit. Dat is begrijpelijk, want de oorzaken zijn niet altijd zichtbaar in het dagelijks leven. In deze blog nemen we je stap voor stap mee door alles wat je moet weten over dit onderwerp.
Wat stijgende prijzen betekenen voor jouw koopkracht
Wanneer de prijzen van producten en diensten over een langere periode omhoog gaan, noemen we dat inflatie. Het gaat dan niet om één product dat duurder wordt, maar om het algemene prijspeil. Dat betekent dat je met hetzelfde bedrag minder kunt kopen dan voorheen. Stel: je kunt in 2020 nog tien producten kopen voor honderd euro. Een paar jaar later koop je voor datzelfde bedrag misschien maar acht producten. Je geld is dan minder waard geworden. Economen spreken in zo’n geval van een daling van de koopkracht. De geldentwertung, zoals het in het Duits heet, raakt mensen met een laag inkomen harder dan mensen met een hoog inkomen. Zij geven een groter deel van hun geld uit aan eerste levensbehoeften zoals eten en verwarming, en die zijn juist vaak het sterkst in prijs gestegen.
De oorzaken van prijsstijgingen
Een stijging van het algemene prijspeil kan door verschillende factoren ontstaan. Een bekende oorzaak is vraaginflatie: er is veel vraag naar producten of diensten, maar het aanbod kan die vraag niet bijhouden. Daardoor stijgen de prijzen. Dit zie je bijvoorbeeld na een economische crisis, wanneer mensen opeens weer meer gaan uitgeven. Een andere oorzaak is kosteninflatie. Bedrijven betalen meer voor grondstoffen, energie of arbeid. Die hogere kosten geven ze door aan de consument in de vorm van hogere verkoopprijzen. De energiecrisis van 2022 is daar een goed voorbeeld van: door hogere gasprijzen werden vrijwel alle producten en diensten duurder. Ook een grote hoeveelheid geld in omloop kan bijdragen aan prijsstijgingen. Wanneer er meer geld beschikbaar is in de economie, maar niet meer producten of diensten, stijgen de prijzen vanzelf. Centrale banken zoals de Europese Centrale Bank proberen dit te sturen via de rente.
Hoe inflatie wordt gemeten
Om te weten hoe hard de prijzen stijgen, gebruiken statistiekbureaus de zogenoemde consumentenprijsindex. Dit is een mand met producten en diensten die een gemiddeld huishouden koopt, zoals voedsel, kleding, huur en vervoer. De prijzen van die producten worden regelmatig vergeleken met een eerder jaar. Het resultaat is een percentage: de inflatiecijfer. In Nederland houdt het CBS dit bij. In de eurozone doet het Europese statistiekbureau Eurostat dat. Een inflatiecijfer van twee procent per jaar wordt door veel centrale banken als gezond gezien. Het geeft aan dat de economie groeit zonder dat de prijzen te snel stijgen. Wordt het percentage hoger, dan spreekt men van hoge inflatie. In extreme gevallen, zoals in Duitsland in de jaren twintig van de vorige eeuw of in Venezuela in recente tijden, kan sprake zijn van hyperinflatie: prijzen die zo snel stijgen dat geld bijna niets meer waard is.
Wat je zelf kunt doen bij hoge prijsstijgingen
Veel mensen voelen zich machteloos bij stijgende prijzen, maar er zijn wel degelijk stappen die je kunt zetten. Wie spaargeld op een gewone spaarrekening laat staan terwijl de prijzen hard stijgen, verliest koopkracht. Je hebt nog steeds hetzelfde bedrag op je rekening, maar je kunt er minder mee kopen. Sommige mensen kiezen daarom voor beleggingen, vastgoed of andere vormen van vermogensbehoud die meegroeien met de prijsstijgingen. Dat brengt wel risico met zich mee. Een andere aanpak is bewuster omgaan met uitgaven: vergelijken, vaste lasten herzien en energie besparen. Ook het aanvragen van toeslagen of uitkeringen kan helpen als je inkomen achterblijft bij de stijgende kosten. De overheid en gemeenten bieden in tijden van hoge inflatie soms extra ondersteuning aan huishoudens met een lager inkomen.
Veelgestelde vragen
Is een beetje inflatie goed of slecht?
Een lage en stabiele prijsstijging van ongeveer twee procent per jaar wordt door economen als gezond gezien. Het stimuleert mensen om geld uit te geven in plaats van het op te potten, wat goed is voor de economie. Pas als de stijging te hoog of te onvoorspelbaar wordt, ontstaan er problemen.
Wat is het verschil tussen inflatie en deflatie?
Deflatie is het tegenovergestelde van inflatie: de prijzen dalen over een langere periode. Dat klinkt prettig, maar deflatie kan schadelijk zijn voor de economie. Mensen stellen aankopen uit omdat ze verwachten dat het later nog goedkoper wordt. Dat leidt tot minder vraag, minder productie en uiteindelijk tot meer werkloosheid.
Heeft de rente invloed op de prijsstijgingen?
Ja, de rente is een belangrijk middel om de prijsstijgingen te beïnvloeden. Wanneer een centrale bank de rente verhoogt, wordt lenen duurder. Mensen en bedrijven geven dan minder geld uit, waardoor de vraag afneemt en de prijzen minder hard stijgen. Dit is precies wat de Europese Centrale Bank deed in 2022 en 2023 om de hoge prijsstijgingen te remmen.
Waarom merken niet alle mensen inflatie even sterk?
Of je prijsstijgingen hard voelt, hangt af van wat je koopt en hoeveel je verdient. Iemand die veel geld uitgeeft aan energie en voedsel merkt prijsstijgingen sterker dan iemand die veel besteedt aan luxe of reizen. Ook mensen met een vast laag inkomen of een uitkering hebben minder ruimte om hun uitgaven aan te passen.



